Het platform Toekomstbestendig Bouwen herpositioneert de toepassing van het duurzaamheidsconvenant met de publicatie van de memo ‘Toepassing van het Convenant Toekomst bestendig Bouwen’. Belangrijkste beleidsmatige stap is het loslaten van de huidige prestatielabels brons, zilver en goud. Deze systematiek maakt plaats voor een tijdsgebonden structuur die beter aansluit bij de actuele praktijkbehoefte van de bouwsector.
Sinds september 2022 passen provincies, gemeenten en marktpartijen het convenant toe om duurzaamheidsambities in de bouw integraal vorm te geven en af te wegen. De praktijk laat echter zien dat de toepassing en de normering op uiteenlopende manieren worden geïnterpreteerd. Dit leidt met name bij marktpartijen tot zorgen over een stapeling van eisen en het eenzijdig opleggen van ambities in aanbestedingsprocedures, wat de indruk van bovenwettelijke verplichtingen wekt.
Ontwikkel- en sturingskader
De memo schept hierin duidelijkheid: het convenant functioneert nadrukkelijk als een ontwikkel- en sturingskader en introduceert géén aanvullende regels of ondergrenzen bovenop bestaande landelijke wet- en regelgeving, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Omdat de labelstructuur (brons-zilver-goud) in de praktijk te vaak als een dwingende verplichting werd opgevat in plaats van als een richtinggevend instrument, vervalt deze systematiek. In plaats daarvan zet het platform nu in op tijdsgebonden, meetbare ambities en meetmethodieken gericht op de tijdshorizon 2030, 2035 en 2040.
Deze herziene aanpak rust op drie pijlers:
Het vergroten van de voorspelbaarheid: Door per tijdshorizon helder te formuleren welke richtlijnen gelden, ontstaat er meer langetermijnperspectief en duidelijkheid voor de bouwsector.
Gezamenlijke, projectmatige afweging: Publieke en private partijen bepalen voortaan per project in onderlinge dialoog welke ambities contextafhankelijk haalbaar en wenselijk zijn, waardoor eenzijdige verplichtingen vooraf worden voorkomen.
Periodieke landing in uniforme landelijke regelgeving: Ambities die in de praktijk hun uitvoerbaarheid en betaalbaarheid bewijzen, kunnen periodiek een plek krijgen in de landelijke wet- en regelgeving. Dit stimuleert de noodzakelijke industrialisatie en versnelling van de sector.
Europese uitlijning
De doorontwikkeling zorgt daarnaast voor een nauwe aansluiting bij relevante Europese kaders, zoals de EU Taxonomy, de natuurherstelrichtlijn en de EPBD IV. Hiermee bereiden bouwpartijen zich tijdig voor op toekomstige Europese eisen en ontstaat er een gelijk speelveld. De memo biedt hiermee een actueel, gezamenlijk vertrekpunt voor een gestandaardiseerde landelijke invulling van toekomstbestendig bouwen.